Medische info

Vaccinatie kat

Door middel van inentingen kan een kat worden beschermd tegen verschillende gevaarlijke kattenziektes. In Nederland wordt standaard ingeënt tegen:

  • Kattenziekte (Panleukopenie virus)
  • Niesziekte (Calici en Herpesvirus standaard, evt. ook Chlamydia)

Wanneer katten naar het pension gaan, hebben ze nog een extra vaccinatie nodig tegen niesziekte:

  • Bordetella (neusenting)

Wilt u met uw kat de Nederlandse grens passeren,  dan is een extra vaccinatie verplicht:

  • Hondsdolheid (rabies)

Kittens worden 2 keer ingeënt, op 9 en 12 weken leeftijd.  Sommige kittens uit een cattery of asiel krijgen op 6 weken ook een inenting. Volwassen katten die nog nooit zijn ingeënt moeten ook 2 keer (met 3 weken tussentijd) worden ingeënt om deze maximale bescherming op te bouwen tegen kattenziekte en niesziekte.

Om het beschermingsniveau op peil te houden moet jaarlijks een herhalingsinenting worden gegeven. Wij vaccineren, net als de meeste dierenartsen in Nederland, op maat: Eens in de 3 jaar krijgt een kat de Tricat inenting (Kattenziekte en Niesziekte), de andere jaren is dit de Ducat inenting (Niesziekte). Het zal in de nabij toekomst waarschijnlijk mogelijk gaan worden om de 3 jaar te vaccineren. De huidige vaccinatie tegen niesziekte is hier echter nog niet voor geschikt.

Wanneer een kat mee gaat naar het buitenland is een inenting tegen hondsdolheid (rabiës) verplicht. Deze moet voor de meeste EU landen minimaal 21 dagen voor vertrek gegeven worden. Wanneer buiten de EU gereisd wordt, gelden meestal zwaardere eisen. Wij adviseren u om het Landelijk Informatie Centrum voor  Gezelschapsdieren (www.licg.nl) te raadplegen; daar worden alle regels en wijzigingen per land bijgehouden. Vergeet bij autoreizen niet de eisen van de landen waar doorheen gereden wordt te controleren! In het niet duidelijk is, kunt u ook navraag doen bij de ambassade van het betreffende land.